De Grafters waren er al eerder

bron: Pinterest

DE GRAFTERS WAREN ER AL EERDER (en ze aten uit een Jutse pot)

Tot voor kort werd vrij algemeen aangenomen dat het Schermereiland vóór de jaren 1200 onbewoond was. Dat mede op grond van een rijmkroniek, die onder meer zegt: “‘t Jaar toen men twaalfhonderd schreef Het Eiland onbewoond meest dreef”. Het was dus onbewoond èn moerassig. Nog weer andere bronnen, maar ook genoemde rijmkroniek maakte(n) er melding van dat mensen van de geestgronden er hun vee kwamen weiden en er naderhand de eerste permanente bewoners werden. Tegenwoordig neigt men op goede gronden tot de gedachte dat er ook voordien al mensen op het Schermereiland woonachtig zijn geweest. Namelijk toen het eiland eigenlijk nog geen eiland was, doordat Beemster, Schermer en Starnmeer nog niet zulke grote meren waren als in de voornoemde dertiende eeuw. Ze zouden toen nog als rivieren door het landschap hebben gekronkeld: De Bamestra, de Scirmere en de Stierop. (zie Herman Kaptein’s “Het Schermereiland uit de Schermer”).

De “goede gronden” waarop de veronderstellingen betreffende de vroegere bewoning eigenlijk de grens van het zeker weten al hebben overschreden, zijn de bodemvondsten die in de omtrek zijn gedaan. Zo is bekend dat in de omgeving van Oost-Graftdijk, op 800 meter ten noorden van de plaats waar nu de kerk staat, mensen moeten hebben gewoond in de 11e tot en met de 13e eeuw. Bodem-vondsten uit die periode wijzen daarop.

Ook bij Graft werd vrij recent, namelijk in 1978, een opmerkelijke vondst gedaan. Peter Eggers, lid van onze vereniging, bracht er in de omgeving van de camping een aantal scherven aan het daglicht, die konden worden gereconstrueerd tot een zogenaamde Jutse pot. Een vrij grote kookpot van aardewerk zoals er worden aangetroffen in heel Noordwest Europa, tot in Jutland. De reconstructie van het potfragment (tesamen vormen de scherven ongeveer een kwart van de oorspronkelijke pot) laat duidelijk het oorspronkelijke model zien, met de karakteristieke rand. Professor De Bruijn van de Rijksdienst Oudheidkundig Bodemonderzoek, gevestigd te Amersfoort, die enkele jaren geleden hier een inleiding hield, bij welke gelegenheid Peter Eggers hem de reconstructie liet zien, dateerde deze op “beslist tiende eeuw”, dus in de jaren tussen 900 en 1000. Er woonden dus kennelijk al twee- á driehonderd jaar eerder mensen waar nu Graft ligt, dan voorheen werd aangenomen. Herman Kaptein meent dat dit echter het gestelde in de rijmkroniek niet behoeft tegen te spreken. Het latere Schermereiland zou voor de beruchte stormvloeden, die de Zuiderzee en de grote Noordhollandse binnenmeren hebben doen ontstaan, een bewoond hoogveengebied zijn geweest. Tussentijds zou het als moerassig land tijdelijk onbewoond zijn geweest.

Uit een en ander blijkt dat zo’n bodemvondst als Peter Eggers heeft gedaan, heel belangrijk kan zijn en opeens een heel ander licht op de vroege geschiedenis van onze omgeving kan werpen. Peter Eggers heeft meer merkwaardige vondsten gedaan. Vorig jaar na de najaarsschouw in de Eilandspolder, deed hij die vondst op de zgn. Berries, aan de Gouw, een paar honderd meter achter de toneelzaal van Oudejans. Temidden van nog andere scherven haalde hij met zijn pruthaak tien glasscherven uit de slootkant, die een merkwaardige beschildering en een tekst vertonen. Van de tien scherven konden er zeven als een legpuzzel tegen elkaar worden gelegd. Drie andere kwamen kennelijk uit een ander deel van het oorspronkelijke glaspaneeltje (want dat is het waarschijnlijk wel geweest). De zeven aaneen gemonteerde en inmiddels op blank glas gelijmde en afgelakte scherven geven een menselijk figuurtje te zien. Een kind of een vrouw, dat is niet helemaal duidelijk, doordat het slechts een fragment van de afbeelding is. Het lijkt erop alsof het onder een platte steen of een zerk dreigt te worden verpletterd. De restanten van de tekst die bij het tafereeltje hoort beslaan vier regels, zwierig op het glas neergepenseelde letters en woorden:

“…hent booven allle mensche
hier een Rechtoordeel gegeev…
…r Coning andt (of ande) … capitel
vant noordende van Graft 1609″.

Die laatste regel doet het ‘m natuurlijk. De plaatsnaam en het jaartal kunnen aanwijzingen zijn wat er oorspronkelijk op vermeld en afgebeeld zou hebben gestaan. Maar Peter Eggers heeft geen flauwe notie waar het op slaat. U misschien wel? De redactie houdt zich aanbevolen voor uw suggestie.

 

Geschreven door Cor Booy 

Gepubliceerd in De Nieuwe Chronyke; 1 december 1985

 

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.