Voor 5 centen bracht de post je brief naar de Stierop

Voor 5 centen bracht de post je brief naar de Stierop

Het recente afscheid van Henk Berkhout als praktizerende postbode èn de mededeling van PTT in het voorjaar, dat de openstelling van het (hulp)postkantoor in De Rijp op de zaterdagochtenden kwam te vervallen, zijn aanleiding geweest tot dit artikeltje.

De dienstbaarheid van Henk Berkhout, zo kunnen we gerust stellen, was eigenlijk tegengesteld aan de zaterdagochtendsluiting van het postkantoor. Immers, werd in dat kantoor de dienstverlening op zaterdagmorgen beëindigd, aan die van Henk kwam na volbrachte bestellersronde zelden een einde: waren de poststukken op de bestemde adressen, dan verlengde hij als postbode b. d. zijn weg naar bijvoorbeeld de huisartsen-apotheken om er de onderweg meegekregen lege pillendoosjes en medicijnflesjes te laten hervullen. Om maar eens wat te noemen.

Maar ja, dat is nu ook tot de goede herinneringen gaan behoren. ‘ t Is de voortgang der tijden, moeten we maar bedenken.

Niettemin doet zulke voortgang mij terugkeren op het pad der herinnering. Naar tijden toen postbodes nog kilometers te voet of per fiets aflegden, met poststukken die gefrankeerd waren met een paarse postzegel (het “meeuwtje”) van anderhalve cent, later vervangen door een grijze van dezelfde prijs. In die tijd – ik heb het uiteraard over de jaren van vóór de oorlog – kon iemand van het Oostdijkje voor vijf centen een brief laten bezorgen aan de Stierop en de postbode voer er, voor dat lokale tarief, tweemaal mee over het water: te Spijkerboor en bij de Stierop. Voor zes spie kon de brief naar elke andere plek in den lande. Vreesde de afzender geen schending van het briefgeheim, dan kon hij voor vier centen zijn boodschap overbrengen per briefkaart naar elke bestemming binnen ‘ s rijks grenzen en voor drie in het lokale verkeer. Het was in die dagen dat bij ons in de Starnmeer de ene dag Dirk de Jong de poststukken (meestal alleen de Alkmaarsche Courant) door de koperen klep liet binnenglijden, anderdaags postbode Vasbinder. Ze hadden er dan al een rit op zitten langs de Kanaaldijk tot de Jispersluis en de Oudelandsdijk tot bij Oostknollendam, Starnmeerdijk en Middelweg en hadden dan nog de rit naar de Stierop voor het wiel. ‘s Zomers, als het zwarte uniform met de rode bies voor het lichtgroen, bijbehorende pet in dito kleur was ver-vangen, kwam in de vakantietijd – die had je toen ook al – dikke Hottentot een paar maal ter afwisseling.

In Oost- en West-Graftdijk liep Dirk Kool zijn dagelijkse route. En wel tweemaal, want in de dorpen werd toen nog tweemaal daags de post besteld. Klaas Koomen, in het dagelijks leven kleine veehouder en kippenboer, fungeerde er af en toe als hulpbesteller. Een zelfde functie vervulde Dirk Middelveld later bij ons, Starnmeerders.

West-Graftdijk had z’n eigen postkantoor. Nou ja, hulp-postkantoor, met een echt loketje waar mevrouw Kool achter plaats nam als ze hoorde dat er “volk” was. Of Dirk-zelf zat er, buiten zijn bestel-uren. Er stond, meen ik, wel ergens een officieel bedrukt wit-maar-vergeeld karton, met de openstellingsuren. Maar of daar echt de hand aan werd gehouden?

Ik weet wel dat je in West-Graftdijk ook postzegels kon kopen bij vrouw Stam. Die kostten een cent duurder dan de aangegeven waarde, want “ik loop niet voor niks naar het postkantoor, jongeheer”, zei vrouw Stam toen ik op haar prijs wilde afdingen.

In de Starnmeer hadden we geen postkantoor. Maar wel een afhaaladres op zondag, want in de jaren van mijn jongenskiel werd ook op zondagen post bezorgd. Die werd dan afgeleverd in de kaasfabriek “De Ceres”, zolang Derk Ter Beek (de vader van ons huidige PvdA-raadslid) daar nog resideerde als kaasmaker. Toen de familie Terbeek verhuisde naar Utrecht en dientengevolge de kaasfabriek werd opgeheven, in 1935 meen ik, werd huize Rol – mijn buurman – het afhaaladres op de zondagmorgens. In “het achterom” van de boerderij werden dan per adres de kranten en andere poststukken uitgestald op het triplex deksel van een grote veevoer-voorraadkist, tijdens de stalperiode en s zomers op een oude tafel die er ‘s winters speciaal voor werd bewaard op de hooizolder.

Nog tijdens de oorlogsjaren vond de zondagse postbestelling plaats. Dan was het in de stal van buurman Rol een half uurtje gezellig “beurzen”. Het tarief voor de brief van maximaal 20 gram was toen al opgetrokken naar 7,5 cent. Maar postzegels van 12,5 en meer behoorden voor ons, jongens die postzegels “spaarden”, ook toen nog tot de “zeldzame”. Cor Booy

Geschreven door Cor Booy

Gepubliceerd in de Nieuwe Chronyke; 1 december 1988.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.