Mistig avontuur op het Starnmeer

Mistig avontuur op ‘t Starnmeer

Gaande van de brug over het kanaal bij de Kogerpolder, richting Marken-Binnen, zie je links, aan de Groenedijk het levensgrote opschrift “verse eieren” op de kippenschuur van Bankersen. Iets verder aan die Groenedijk staat een vervallen groen houten kippenhok. Het is nu nauwelijks meer voorstelbaar, maar daarin woonden tijdens de hongerwinter, of eigenlijk al vrij gauw nadat op 21 februari 1944 de Starnmeer door de Duitsers onder water was gezet, twee gezinnen: de familie Al en de familie Woudhuizen.

Het gezin Woudhuizen had voor de inundatie gewoond in “De Ceres”, de voormalige kaasfabriek aan de Middelweg in de Starnmeer. Het bestond uit de echtgenoten Uilke en Geertje met twee dochters en een zoon. Plus twee onderduikers, Johan en Rivo, twee Italianen die uit het Duitse leger waren gedeserteerd. Die zaten daar veilig, aan de Groenedijk, want daar kwam nooit een mof langs.

Maar, het dreigde onveilig te worden toen er bericht kwam dat het evacuatiebureau de noodwoning zou laten betimmeren en behangen, in december 1944, met het oog op de komende winter. Daarom moesten de twee Italianen tijdelijk weg. Ze konden bij Aetse Hiemstra in West-Graft-dijk terecht. Echter, maar heel kort want Aetse had immers al zes joden in huis (waarover uitvoerig in de vorige “Chronyke”: “De onderduikers van Aetse”).

Besloten werd dat Aetse en Uilke elk in een roeiboot eer der Italianen naar “De Ceres” zouden brengen. In het donker van de decemberavond. Het toeval wilde dat het op de afgesproken avond ook nog mistig werd. Dat zou de overtocht extra veilig maken…

Normaal zou die oversteek ongeveer een kwartier vergen. Door de mist werden het uren: Op gegiste koers ging het op “De Ceres” aan. Maar na een schier eindeloze tijd roeien passeerden de boten opeens een paal van het toen nog bovengrondse 10.000 volts net, tussen de huidige boerderij van Ed Buis aan de Middelweg en die van Anton Caton aan de Noorddijk , tegenover de Vinckhuysenschool. Dat was ver voorbij “De Ceres”.

Afgesproken werd dat telkens één van de roeiers bij zo’n paal zou blijven wachten en fluiten, als geluidsbaken, terwijl de ander naar de volgende paal roeide en daar, ook al fluitend de komst van de achterblijver zou afwachten. Zo hoopten Aetse en Uilke de Middelweg te vinden en daarlangs roeiend of bomend uiteindelijk “De Ceres”. 

Mistig avontuur op het Starnmeer - vermoedelijk is het zo gegaan

Het systeem werkte, al ging het niet snel. Totdat ze opeens een paal misten. Hoe ze zochten, ze vonden wel elkaar, maar niet de paal. Veel later zou blijken dat er wel twee waren omgevallen en onder water verdwenen. Aetse en Uilke raakten weer aan het dwalen over het mistige meer. Plotseling vonden ze een paal en een damhek. Vlak achter de boerderij van Klaas Beets, op nog geen kilometer van de plek waar de hele expeditie was begonnen… Toch gaf deze vondst de roeiers nieuwe moed, want boerderij Beets lag en ligt precies aan het eind van de lijnrechte Graftdijkerweg en “De Ceres” recht er tegenover aan het begin.

Weg opeens weg

“We gaan niet roeien, maar bomen. Dan houden we voeling met de weg”, opperde de één en de ander stemde in. Opnieuw ging het goed, totdat… beiden vrijwel tegelijk geen weg meer onder de als vaarboom gebruikte roeispaan voel den.

“Ik blijf stil liggen. Roei jij om me heen , dan moet je de weg weer vinden”, ried Aetse aan. Uilke deed aldus, onderwijl weer fluitend. Hij bleek een cirkel om Aetse heen te roeien, maar vond de weg niet. Toen gezamenlijk op goed geluk. En jawel, na weer geruime tijd roeien, waarbij beiden inmiddels alle notie van tijd en richting hadden verloren, kwamen ze onverwachts ineens bij “De Ceres”.

De twee Italianen werden zo goed mogelijk geinstalleerd, waarna voor Aetse en Uilke de terugweg wachtte. Ze besloten “op zeker” te spelen, door de Middelweg te volgen in westelijke richting tot de “kaai” en die daarna te volgen langs de boerderijen van Van Petten en Willig. De rietpluimen langs het weggetje tussen deze twee boerderijen zouden ook weer prima als bakens dienst kunnen doen.

Echter, nog voor de mannen de “kaai” hadden bereikt, raakten ze weer de Middelweg kwijt. In de mist gleed opeens de schim van een tak langs hen heen. En nog een. Het bleek een hele boomgaard en Uilke herkende hem: “We zitten achter de boomgaard van Kees Jongens en als we zo door roeien, komen we in Spijkerboor”. Dat is precies de andere kant uit dan waar ze naartoe moesten. Maar, met gewende stevens stootten ze inderdaad na enige tijd op de kaai vlakbij boerderij Van Petten. Toen was via de rietpluimen ook de plek gauw gevonden, waar Aetse met zijn boot over de dijk moest om de oversteek over het kanaal naar huis te kunnen maken.

Duitsers…

Net was de boot in het kanaal gebracht, toen aan de overkant uit de toren van West-Graftdijk twaalf slagen klonken (Nico van der Hoff had er een velg van een vrachtauto aangebracht ter vervanging van de klok, die door de Duitsers was geroofd). Maar ook klonken er stemmen van een passe-rende Duitse fietspatrouille. Toen die in de verte waren verstomd, kon Aetse de oversteek wagen.

Uilke keerde terug naar zijn boot, tegen het erf van boer Willig. Daar kon hij hem niet laten liggen, want dat zou de volgende morgen opvallen en mogelijk argwaan wekken. Maar de kippenhok-woning was immers vlak bij: Dus roeien maar weer en onderwijl goed de schim van boerderij Willig in het oog houden. Zo roeide Uilke op huis aan. En hij bleef aan het roeien, op dat smalle stukje Starnmeer, vlak bij de nood-woning aan de Groenedijk. En de schim van de boerderij bleef toch duidelijk…

Voorzichtig streek hij de riemen en legde de boot stil, keek voorzichtig om zich heen, om de schim van de boerderij niet uit het oog te verliezen. Maar, o schrik… de schim draaide mee naar alle kanten. Zelfs als Uilke de blik naar boven richtte leek daar de boerderij te zitten’. Dan toch maar weer roeien.

Geknetter

Opeens hoorde hij boven zich een zacht knetteren: het vonken van de 50.000 volt-leiding aan de isolatoren van de stalen mast Zo een als er precies voor de kippenhokwoning ook stond’. Maar deze stond precies aan de overkant van smalle noordwestelijke uitloop van de Starnmeer. Goed nieuw koers bepalen. En jawel, eindelijk kon Uilke de boot tegen de thuiswal optrekken. Het mistig avontuur het Starnmeer was ten einde. De klok wees precies één uur toen hij in de noodwoning binnenstapte, waar Geertje nog bij het oliepitje zat te wachten.

En de Italianen? Die werden twee weken lang elke dag door Uilke van voedsel en drinken voorzien, plus wat ruwe schapenwol, om de tijd met spinnen wat te doden. Na die twee weken, juist twee dagen voor kerstmis 1944, haalde Uilke hen weer terug, in de inmiddels betimmerde en nieuw behangen noodwoning, waar ze – aan het spinnewiel – de 5e mei met vreugde in vrijheid konden begroeten.

Geschreven door Cor Booy

Gepubliceerd in de Nieuwe Chronyke; 1 juni 1990.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *