Home » Berichten » Veldnamen in de polders

Veldnamen in de polders

Detail Eilandspolder, bron: www.siebeswart.nl

Veldnamen in de polders

De Eilandspolder is rijk aan veldnamen. In de tijd dat Kees Heijnis van De Rijp uit met zijn rondvaartboot door de polder voer, placht hij zijn passagiers altijd te onthalen op namen als “de bijl” en “de domineeshoed”. Die laatste zou, volgens Heijnis, zijn ontstaan doordat een dominee, onderweg langs het Kerkepad naar de plek waar hij zijn preek zou afsteken, door harde wind zijn hoed verloor. Die kwam op het bedoelde stukje land terecht, vanwaar de predikant hem zelf – door de tussensloot – niet meer kon bereiken.

De naam “domineeshoed” komt echter niet voor op de schouwkaarten van de Eilandspolder, die ik onlangs van Jan Blaauw heb mogen lenen. Het zou – tenzij iemand me uit de vraagtekens kan helpen – dan ook wel eens zo kunnen zijn dat deze toch wel intrigerende naam behoort tot de zogenaamde “volks-etymologie”: een verklaring voor een veldnaam die ofwel een verbastering van een veel oudere naamgeving is of gewoon uit de duim gezogen.

 

Intussen is het zo dat de bedoelde schouwkaarten een schat van veldnamen opleveren. Er zijn fraaie bij: Koperslager, Lange Marij, Zilversmid, Pepernoot, Trui Poppe, Boekels en Oost-Indië ten noorden van De Rijp.

Ten oosten van Noordeinde: ‘t Stakelandje, Langeland, Kakele Stijl, Muse akker, Weeshuisakker, De Ezel, Blauwe Klok, Koekebakker, Kalkkuip, Trijn Breed, De Bouw, De Brink, enz.

Ten oosten van Grootschermer: Arme en Bienen, Zwarteman Mastelijn, Bessies Hek, Knoffel, Relleweg, Japie en de Vogelaar, Gortestuk en nog eens een Lange Marij, om er enkele te noemen.

Onder Schermerhorn: Baanakker, Balk, De Priem, Doodakker, Pijpakker, Uitvlucht, en dichter bij het dorp Varkensakker, Schepenakker en Bloemendaal.

Enige keren wordt een stukje land “de bijl” genoemd, onder Schermerhorn zowel als dichter bij De Rijp. Steeds hebben die stukjes de vorm van een bijl, met een steel. Siberie komt ook een paar keer voor. Vermoedelijk een naamgeving voor een stukje wat “ver van honk” lag en ligt.

Lang niet alle eilandjes in de polder zijn benoemd op de schouwkaarten. Jan Blaauw heeft er, ten westen van Graft en Noordeinde, zelf ook nog enkele ingevuld: de Ham, Matje, Zwartwal, De Piek, Ezel, Vink en Bullestuk.

De laatste naam is een veelvuldig voorkomende veldnaam, 00k elders in het land. Waarschijnlijk gaat het dan om kleine perceeltjes die zich typisch leenden om er de bul (de stier) te weiden. Mogelijk zonder dat hij er aan de ketting moest.

Naar Lombok of Elba

In tal van vaargebieden in ons land komt de veldnaam “Lombok” voor, o.a.in de Westwouderpolder. Mogelijk ook gegeven, net als “Siberie” en “Oost-Indie” aan percelen waarheen je van huffs een flink eind moet varen.”Elba” en “St-Helena” zijn gelijksoortige voorbeelden in den lande.

Dergelijke veldnamen hebben een betekenis, die is te herleiden tot de behoefte aan onderscheidsaanduiding: de boer moest zijn knecht duidelijk maken op welk stuk land hij die dag diende te werken. Of hij moest zijn vrouw uitduiden waar ze “de koppiestukken” moest (laten) brengen voor de maaiers of de hooiers.

De namen op de schouwkaarten van de Eilandspolder zullen niet zo gauw verloren gaan. Toch is deze eeuw er een waarin dat met (andere) veldnamen wel dreigt te gebeuren. Zo ken ik bijvoorbeeld in de Starnmeer een perceel wat voorheen altijd als “De Gouwe Ploeg” werd aangeduid. Het ligt aan de Middelweg tegenover de boerderij van Ed Buis. Het perceel weiland achter zijn boerderij “De Handslag” stond vroeger bekend als “Het Reijerstukje”, zo genoemd naar een vroegere eigenaar, Reijer de Goede.

Ik stel me voor dat ook in het Markerveld en mogelijk ook in de Oostwouderpolder veldnamen bestaan of hebben bestaan.

Het is stellig zinvol en van historische waarde, de nu nog bekende veldnamen in de voornoemde gebieden te inventariseren. Dat is niet een klus voor een achternamiddag en ook niet voor een man of vrouw. Het zal heel praktisch blijken te zijn als er in de regio een of meer werkgroepjes zich over een dergelijk project willen buigen, met als doel een zo volledig mogelijke inventarisatie.

Het onderzoek dient te bestaan uit: bijeenbrengen van eigen kennis, vraaggesprekken met landgebruikers c.q. eigenaren, raadplegen kadaster- en polderkaarten, notariele archieven (transportakten). Verdeling van deze werkzaamheden in onderling overleg.

Aanmelding kan vanaf nu. Wie heeft interesse en laat van zich horen?

Geschreven door Cor Booy

Gepubliceerd in de Nieuwe Chronyke; 1 december 1992.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *